Inhoudsopgave
Inleiding
Onderzoeksvraag
Bekende gegevens of theorie
Werkplan
hoofdstuk 1: Inleiding
hoofdstuk 2: Onderzoeksvraag
hoofdstuk 3: Bekende gegevens en theorie
hoofdstuk 4: Werkplan
hoofdstuk 5: Winkeldiefstal in Leiden en omgeving
hoofdstuk 6.1: Beheer en gezag
hoofdstuk 6.2: Jaarverslag 2000 Leiden
hoofdstuk 7: Interview met 2 beveiligheidsmannen
hoofdstuk 8: Interview met een verkoper van een kledingzaak
Hoofdstuk 1. Inleiding
We hebben als onderwerp voor het maatschappijleerwerkstuk criminaliteit in je stad gekozen. We hebben deze onderwerp gekozen, omdat dit ons het leukste leek en omdat we ons het meest erbij betrokken voelden. We hebben als soort criminaliteit winkeldiefstal gekozen, omdat het heel vaak voorkomt.
We zijn van plan om naar politie, gemeente, beveiligingszaak en een winkel te gaan om die mensen hierover te interviewen. We zijn ook van plan om informatie van internet te halen.
Hoofdstuk 2. De onderzoeksvraag
Ons onderzoeksvraag is: wat vinden jullie van criminaliteit in je stad?
Onze deelvragen zijn:
*welke vormen van criminaliteit zijn er? En hoe is het jaarverslag?
*Hoe is de winkeldiefstal in je omgeving en vertel over de maatregelen die men hiertegen kan nemen
*Hoe ziet winkeldiefstal bij jongeren eruit?
*Interview de betrokkenen bij winkeldiefstal en vraag hun wat ze met criminaliteit te maken hebben en hoe ze ermee omgaan.
*Maak een handelingsverslag.
Hoofdstuk 3. De bekende gegevens en theorie
We weten al een en ander over criminaliteit en winkeldiefstal. Maral: ik heb in een kledingzaak gewerkt en daar heb ik veel met winkeldiefstal te maken gehad. En een vriendin van me is een keertje opgepakt omdat ze een nagellak uit Trekpleister gejat had en ik herinner me dat ze er spijt van had en als staf moest ze van bureau Halt! Een verslag over winkeldiefstal maken. Hierdoor heeft ze het nooit meer gedaan. Nima: ik werk voor een beveiligingszaak en hierdoor zie ik ook veel vormen van criminaliteit. Jos: ik heb bij MacDonalds gewerkt en daar zag ik soms dat het personeel dingen mee naar huis nam en dat was ook winkeldiefstal en een vriend van me heeft ook een keer wat uit een winkel gestolen. Maar hoe erg het criminaliteit in Leiden is weten we nog niet, daarom gaan we het ook beter uitzoeken.
Hoofdstuk 4. Werkplan
* Week Groep vormen
* Week Opdracht kiezen
* Week Plan maken en soort criminaliteit kiezen.
* Week 51 Informatie zoeken op het internet
* Week 51 Maral: naar een winkel gaan en de mensen interviewen over winkeldiefstal. Aan die mensen vragen of ze veel last van wikeldiefstal hebben en wat ze er hiertegen doen. Ook op het internet informatie zoeken.
Nima: naar een beveiligingszaak gaan en mensen over criminaliteit en winkeldiefstal interviewen. Die mensen vragen of ze veel last van criminaliteit en vooral winkeldiefstal hebben en wat ze hiertegen doen.
Jos: naar de gemeente en politie gaan en hun informatie over criminaliteit en winkeldiefstal vragen. De politie en gemeente vragen of ze veel last van winkeldiefstal hebben en wat ze hiertegen doen. Ook bij de politie een jaarverslag vragen.
* Week 1 Een verslag van je eigen interview maken. Gegevens met elkaar uitwisselen. Aan het verslag werken.
* Week 2 Verslag afmaken en inleveren.
We zijn van plan om informatie uit boeken, interviews en internet te halen. We zijn ook van plan om dit werkstuk op computer te maken.
Hoofdstuk 5. Winkeldiefstal in Leiden en omgeving
Een soort criminaliteit waar de winkeliers veel last van hebben is de winkeldiefstal. Door winkeldiefstal lopen de winkels veel schade. Daarom is het van groot belang dat de winkelhouders goede maatregelen hiertegen nemen. Je zou het niet denken, maar niet alle winkeldiefstallen worden door dieven en criminelen gedaan. Soms wordt er ook winkeldiefstal gepleegd door gewoon jongeren die een bijbaan hebben of die zakgeld krijgen. En je zou verbijsterd staan als je zou weten dat sommigen een reepje van niet eens 0,50 euro’s stelen, maar toch gebeurt het en het is niet fijn.
Deze maatregelen hoort een winkelmanager of een winkeleigenaar te weten:
Weet u wat er jaarlijks gestolen wordt?
Is de inrichting voldoende preventief?
Kunt u de inrichting verbeteren?
Is het personeel getraind cq. geïnstrueerd in preventief handelen?
Kent u de wet omtrent winkeldiefstal? (wanneer is er sprake van diefstal)
Kent u uw rechten t.a.v. het aanhouden van verdachten cq. dieven?
Kunt u omgaan met agressief gedrag van dieven?
Is er beveiligingsapparatuur geplaatst?
Kent u de beperkingen van deze apparatuur?
Is er ten alle tijde personeel in de winkel?
Camera’s zijn van groot belang voor de winkels. Ten eerste men kan alles in de gaten en zo ziet de werknemer of iemand iets verdacht doet of als hij of zij iets steelt. Ten tweede het maakt degene die iets wil stelen banger. Hierdoor weet hij/ zij dat de winkel goed beveiligd is.
Winkelpersoneel krijgt het steeds moeilijker, ze kunnen te maken krijgen met overvallen, winkeldiefstal, zakkenrollers, agressiviteit van klanten. Gebeurtenissen, waar een personeelslid niet altijd goed mee kan omgaan. Door goed getraind personeel, kan de derving t.g.v. diefstal en ziekteverzuim t.g.v. agressiviteit verminderen, daarnaast wordt het personeel zelfverzekerder en wordt de teamgeest verbeterd.
Hoofdstuk 6.1 Beheer en gezag
De Nederlandse politie functioneert in een democratisch bestel.
De verantwoordelijkheid voor het centrale beheer van de politie is in handen van de minister van Binnenlandse Zaken. Volgens de politiewet 1993 deelt hij deze verantwoordelijkheid met de minister van Justitie. Het kabinet heeft echter besloten dit onderdeel van de wet te veranderen.
Eén van de burgemeesters uit een regio (vaak de burgemeester van de grootste gemeente) is korpsbeheerder. Deze is, samen met de hoofdofficier van justitie, eindverantwoordelijk voor het beheer van het politiekorps. De dagelijkse leiding is in handen van de regionale korpschef. Beslissingen over de hoofdlijnen van het beleid worden genomen door het regionaal college. Hierin hebben alle burgemeesters uit de regio zitting, evenals de hoofdofficier van justitie. Meer zaken komen aan de orde in het zogenaamde regionale driehoeksoverleg. Dit overleg bestaat uit de korpsbeheerder, de hoofdofficier van justitie en de korpschef van de regio.
Wie het "bevoegd gezag" is voor de politie hangt af van de taak die de politie op dat moment uitoefent. Als het gaat om handhaven van de openbare orde of hulpverlening, berust het gezag bij de burgemeester van de betreffende gemeente. De burgemeester legt daarover verantwoording af aan de gemeenteraad. Maar als de politie wordt ingezet voor het opsporen van strafbare feiten, dan doet zij dit onder de verantwoordelijkheid van de officier van justitie, die deel uitmaakt van het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde.
Hoofdstuk 6.2 Jaarverslag 2000
Dit jaarverslag maakt duidelijk wat er zich in Leiden afspeelt op het gebied van criminaliteit. In dit verslag staan de cijfers en ontwikkelingen op het gebied van Criminaliteit.
Misdrijven tegen het leven
Misdrijven tegen het leven hebben een grote maatschappelijke impact. De ernst van deze misdrijven is groot. Daarom kent de politie een hoge prioriteit toe aan de opsporing van de daders. Het aantal pogingen doodslag is afgenomen ten opzichte van 1999. Er was een daling van 244 naar 226. In 77% van de gevallen wist de politie het tot een oplossing te brengen. Het aantal mishandelingen en bedreigingen is daarentegen iets toegenomen in vergelijking tot 1999. Een nieuwe werkwijze die, in 2000, fasegewijs wordt ingevoerd moet dit aantal terugbrengen.
Georganiseerde criminaliteit
In de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, bijvoorbeeld ontvoeringen, drugshandel en mensenhandel, werkt de politie nauw samen met buitenlandse onderzoeksteams binnen en buiten Europa. Dit heeft geleid tot de aanhouding van in totaal 347 verdachten in verschillende opsporingsonderzoeken. En 19 strafrechtelijke financiële onderzoeken zijn afgerond.
Zeden
In 2000 heeft de politie kinderporno hard aangepakt. In oktober 2000 is het bordeelverbod opgeheven. Ook is weer veel aandacht besteed aan prostitutie als beroepsgroep. Een landelijk platform moet ervoor zorgen dat alle politieregio’s op dezelfde manier met prostitutie om gaan. Zo kan men het beter bestrijden. Een speciaal opgericht projectteam houdt zich bezig de controle op de raamprostitutie. Door de dagelijkse controle is meer grip gekregen op de raamprostitutie. Zo is ook meer inzicht verkregen in de illegaliteit, mensenhandel en minderjarigheid. Ook wordt sinds oktober 2000 toezicht gehouden in de raamprostitutiestraten door middel van camera’s.
Overvallen
In 2000 zijn 118 overvallen gepleegd. ik bedoel dan winkelovervallen van grote tot kleine winkels. Dit is een stijging van 18% ten opzichte van het jaar 1999. Vooral het geweld op straat neemt toe.
Jeugdcriminaliteit
In 2000 zijn in totaal 10.861 meldingen geweest van jeugdcriminaliteit. Diverse projecten die zich richten op de bestrijding en voorkoming van jeugdcriminaliteit zijn ingezet. Het project politie op school richt zich op de veiligheid op en rond scholen. In totaal zijn 1028 jongeren tussen de 12 en 18 jaar naar Halt (Het ALTernatief) doorverwezen. Als je de door HALT opgegeven taak vervuld krijg je geen strafblad). Er zijn 360 kinderen tot 12 jaar als gevolg van een overtreding terechtgekomen in het traject 12-minners. Het project T’riq Salama houdt zich speciaal bezig met problematiek van de jeugd van Marokkaanse afkomst.
Klachten
Het jaar 2000 laat een geringe stijging zien van het aantal ingediende klachten van 471 in 1999 naar 477.
Hoofdstuk 7. Interview met twee beveiligingsmannen
Dit is een interview met heren Gokcan en Cruz beveiligingsmedewerkers. Cruz is ex-marechaussee agent en werkt nu op objecten in Zuid-Holland. Onder andere in Digros, AH, … .
Is er een ontwikkeling gekomen in de beveiliging van de winkels van vroeger
en nu ?
Ja. Vroeger waren de winkels eigenlijk helemaal niet beveiligd want de middelen bestonden er niet. Tegenwoordig heb je detectiepoorten, camera’s, goed opgeleide gediplomeerde ambtenaren met perfecte communicatie middelen.
Is dat allemaal in het voordeel van de winkeliers en consumenten ?
Ja. Al die genoemde mogelijkheden kosten ontzettend veel geld. En dat geld wordt ook weer deels in de prijs van de producten gezet die wij als consument moeten betalen. Maar de grootste voordeel heeft toch de eigenaar want die raakt minder goederen kwijt.
Hoe gaat winkelbeveiliging nou in zijn werk ?
Lang niet alle winkels hebben camera’s, detectieapparaten en beveiligers. De meesten beschikken over zeer professionele camera’s die in de kamer van de manager staan. Vanuit daar heeft hij controle over de zaak. Als hij ziet dat iemand iets jat volgt hij hem met de camera en legt alles vast. ( we gaan er vanuit dat de camera draaibaar is ). Ondertussen belt hij de politie en vraagt om assistentie.
Is dat wel voldoende ?
Eigenlijk wel. Want de winkelier heeft bewijsbaar bewijs maar het probleem is dat de politie lang niet altijd op tijd is om de verdachte aan te houden. De winkelier durft over het algemeen niet in te grijpen omdat hij niet precies weet wat hij doen moet en wat hem te wachten staat.
Is dan een beambte wel voldoende of niet ?
In principe wel ja. Want hij heeft een opleiding en weet hoe te handelen. Maar tegen agressieve en gewelddadige criminelen kan hij ook niet op. Als een beambte zeker weet dat iemand iets gejat heeft kan hij hem aanhouden en ergens fouilleren. Als hij wat vindt kan hij zonodig ook de politie bellen om aangifte van diefstal te doen. Meestal wordt ook voor een ontzegging gezorgd. Dat is dus een soort lokaalverbod. Dat houdt in dat iemand een winkel niet meer mag betreden, doet hij dat toch dan kan hij worden aangehouden en een boete krijgen.
Waar zijn de detectiepoorten goed voor ?
Dat werkt het beste als er een beambte bij de uitgang staat. Dit is bijv. het geval in de V&D in Leiden. Daar hebben ze draaibare camera’s, verder staan er ook poorten bij de in/uitgang. Er zit een beambte in de controle kamer die heel snel en efficiënt verdachte gasten oppikt en in de gaten houdt. Zodra die persoon iets gejat heeft wordt hij door 2/3 mensen gepakt en naar een kamer gestuurd en wordt de politie meestal op de hoogte gesteld.
Soms heeft de camera het niet gezien en loopt de verdachte gewoon naar buiten. De meeste goederen zijn tegenwoordig voorzien van een speciale streepjescode. Als je iets koopt loop je naar de kassa en wordt die code ook gescand, doe je dat niet dan gaat er bij de poort een alarmsignaal af. Bij de meeste gevallen loop je dan tegen een beveiliger aan die je dan vraagt om in je tas te kijken en dan ben je de pineut. In totaal worden de winkeliers in Nederland voor miljoenen gulden de dupe van diefstal die op lange na niet van buitenaf maar ook door personeel is gebeurd.
Is er dan een oplossing om dit financiële probleem die voor achteruitgang in de winst zorgt tegen te gaan ?
Eigenlijk niet. Want dat betekent dan dat elke winkel op zijn minst een eigen beambte, camera, poorten moet aanschaffen om voor een kleine percentage minder diefstal te kunnen zorgen. Dat is niet te redden voor de kleine winkeliers. En helemaal niet in een maatschappij waar steeds meer wapens in handen zijn.
Hoofdstuk 8. Interview met een verkoper van een kledingzaak
Ik heb een werknemer van de kledingzaak Superconfex geïnterviewd. Zijn naam was Ralph en hij werkt daar voor 12 jaar. De winkel is vrij rustig. Er zijn nauwelijks klanten. Er staat alleen maar een vrouw achter de kassa en behalve die vrouw en Ralph is er niemand te zien.
Hebben jullie veel last van winkeldiefstal?
Ja, we hebben last van winkeldiefstal en helaas kunnen we dat niet tegenhouden. Er zijn mensen die ondanks alle maatregelen en beveiligingen toch wel stelen. Soms vinden we beveiligingsspullen in de paskamers en in de zakken van andere kleding. Dan zien we dat er met een tang of iets dergelijks geknoeid is. Ik heb zelf een keertje een stuk of 20 beveiligingsspelden in de zak van een jas gevonden. Het is natuurlijk niet fijn om zoiets te zien, want je probeert om alles te doen om dit soort dingen tegen te werken. Op de dagen die druk is, is er vanzelfsprekend dat er meer gestolen wordt, maar er zijn ook mensen die tijdens rustige dagen stelen, want die denken dat omdat het rustig is niemand oplet en daarom doen ze het. Ik heb zelf een keertje twee jongen tegengehouden. Toen ze de winkel uitgingen ging de alarm af en hierdoor hadden we hun door. Ze waren een van die beveiligingsspelden vergeten. We doen onze best om winkeldiefstal tegen te houden, want het is niet goed voor onze zaak.
Wat doen jullie tegen winkeldiefstal?
We proberen allerlei dingen om winkeldiefstal tegen te houden. We hebben bijvoorbeeld de gordijnen van de paskamers kort laten maken, zodat grote deel
de benen en het hoofd duidelijk is. Zo zien we beter en kunnen we beter opletten. Er staan ook op drukke dagen bijna altijd verkopers bij de paskamers. Zij moeten alles in de gaten houden en regelmatig de paskamers controleren om de beveiligingsspelden te vinden die eraf zijn gehaald. We hebben helaas geen camera’s, maar we willen het wel binnenkort aanschaffen. We hebben wel spiegels bij de paskamers gezet zodat een werknemer alle hoeken en de paskamers goed in de gaten kan houden. Onze werknemers moeten ook regelmatig een rondje rond de zaak lopen om alles in de gaten te houden, want we verdelen dagelijks de werknemers over de afdelingen en een werknemer kan tijdens het helpen van een klant niet zo goed op de rest van de winkel letten en daarom is het handiger als er iemand anders rondliep die alles door had. We hebben ook beveiligingsspelden die we op de kleding doen. Alle kleding boven f10,- wordt beveiligd. Op de zachte stoffen doen we zachte beveiligingsspelden en op broeken en stevigere stoffen doen we de hardat de politie lang niet altijd op tijd is om de verdachte aan te houden. De winkelier durft over het algemeen niet in te grijpen omdat hij niet precies weet wat hij doen moet en wat hem te wachten staat.
Is dan een beambte wel voldoende of niet ?
In principe wel ja. Want hij heeft een opleiding en weet hoe te handelen. Maar tegen agressieve en gewelddadige criminelen kan hij ook niet op. Als een beambte zeker weet dat iemand iets gejat heeft kan hij hem aanhouden en ergens fouilleren. Als hij wat vindt kan hij zonodig ook de politie bellen om aangifte van diefstal te doen. Meestal wordt ook voor een ontzegging gezorgd. Dat is dus een soort lokaalverbod. Dat houdt in dat iemand een winkel niet meer mag betreden, doet hij dat toch dan kan hij worden aangehouden en een boete krijgen.
Waar zijn de detectiepoorten goed voor?
Dat werkt het beste als er een beambte bij de uitgang staat. Dit is bijv. het geval in de V&D in Leiden. Daar hebben ze draaibare camera’s, verder staan er ook poorten bij de in/uitgang. Er zit een beambte in de controle kamer die heel snel en efficiënt verdachte gasten oppikt en in de gaten houdt. Zodra die persoon iets gejat heeft wordt hij door 2 a 3 mensen gepakt en naar een kamer gestuurd en wordt de politie meestal op de hoogte gesteld.
Soms heeft de camera het niet gezien en loopt de verdachte gewoon naar buiten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten